NCB 2.15 Ethiek

Definitie: 

Ethiek omvat het moreel geaccepteerde gedrag van elk mens.

Ethisch gedrag is de basis var elk maatschappelijk systeem. In de meeste organisaties worden bepaalde ethische normen in aanstellingscontracten opgenomen; ze betreffen de gedragsregels waaraan medewerkers zich moeten houden. Ze kunnen ook een juridische basis hebben als de organisatie moet voldoen aan normen die binnen een juridisch of gereglementeerd kader vallen. Ethiek stelt mensen in staat op een bevredigende manier het project te leiden en de resultaten op te leveren. Ethiel behelst persoonlijke en professionele vrijheden én beperkingen. Ethiek dient gerespecteerd te worden om mensen zonder moreel conflict te laten functioneren in het project en in relatie tot belanghebbenden en de samenleving. Voor bepaalde soorten projecten kunnen gedetailleerde reglementen van toepassing zijn. De projectmanager moet toezien op de volledige naleving van zulke reglementen en moet ervoor zorgen dat geen pogingen worden ondernomen om ze te omzeilen. Sociale en culturele verschillen kunnen verschillen in ethiek aan het licht brengen. Er kan sprake zijn van een loyaliteitsconflict als de organisatie de projectmanager onder druk zet om een handelwijze toe te passen die hij als onethisch beschouwt. De projectmanager moet heel zorg vuldig bij zichzelf nagaan of hij met deze verschillen kan leven of dat hij ze moet oplossen. In alle gevallen dient de projectmanager te handelen volgens aanvaarde gedragscodes.

De competentie 2.15 Ethiek omvat:

  • 2.15 Mensenrechten,
  • 2.15 Persoonlijke ethiek versus bedrijfs ethiek,
  • 2.15 Ethische dilemma's herkennen,
  • 2.15 Gedragscodes voor professionals,
  • 2.15 Culturele verschillen.

Mogelijke processtappen:

  1. Voor conformiteit zorgen met enig juridisch of gereglementeerd kader dat op het projeel van toepassing is.
  2. Mogelijke onethische situaties of voorstellen die het project en de projectteamleden raken aan het licht brengen; transparantie handhaven door zulke aandachtspunten openbaar te maken en verschillen op te heffen.
  3. Relevante belanghebbenden erbij betrekken en aandachtspunten met betrokkenen per soonlijk aan de orde stellen.
  4. Expliciet uitleggen welke ethische onderwerpen u raken.
  5. Als een collega per se wil doorgaan met wat u als een onethische handelwijze beschouwt daar begrip voor hebben en het aandachtspunt vriendschappelijk proberen op te lossen. Als dat niet lukt, erop staan dat het aandachtspunt hogerop in de organisatie wordt besproker voor een oplossing en/of dat er bemiddeling plaatsvindt.
  6. Resultaten communiceren, de gevolgen aanpakken.
  7. De noodzakelijke acties op het project uitvoeren.
  8. Het geleerde op toekomstige projecten of deelprojecten toepassen.

Zie ook verslagen Zuid Oost Nederland: Ethiek