Improviseren vs Routinematig vs Planmatig
Inleiding
Om een bepaald doel te bereiken kan een organisatie globaal gesproken op drie verschillende manieren aan de slag gaan:
- Routinematig werken.
- Improviserend werken.
- Projectmatig werken.
Improviseren
Improviseren doen we, als er haast is bij een actie en er dus geen tijd is om een plan te bedenken. Een voorbeeld is, dat u op de snelweg een ongeluk ziet gebeuren. U probeert dan onmiddellijk datgene te doen wat het meest dringend lijkt (bv. bloed stelpen, 112 bellen)
Kenmerken:
- Ad Hoc
- Procesaanpak
- Onzeker
- Vaag
- Flexibel
Routinematig werken
We werken routinematig, als datgene wat moet gebeuren bekend is (meestal omdat we het vaker hebben gedaan). Planning is nauwelijks nodig, we beguinnen bij het begin en gaan daar tot het eind. Wat er uitkomt is voorspelbaar. Voorbeeld is de dagelijkse rit naar het werk.
Kenmerken:
- Bakje in - bakje uit
- Procedureaanpak
- Zeker
- Duidelijk.
- Bekend.
- Efficiƫnt.
Planmatig werken
Planmatig werken doen we, als we een opdracht moeten uitvoeren die nieuw is, in resultaat en/of werkwijze. We denken vooraf na over wat ons te doen staat, delen het werk in en maken afspraken over werkverdeling. Voorbeelden zijn het bouwen van een brug, het voeren van de Golf-oorlog.
Planmatig werken en projectmatig werken hebben veel met elkaar te maken, maar zijn niet identiek.
Kenmerken:
- eerst denken, dan doen
- werken volgens plan
- doel en resultaat
- beschrijven van activiteiten en taakverdeling
- balans tussen duidelijkheid en onzekerheden
- (deels) onbekend
- effectief
