Groepsdynamica
Groepsdynamica is te omschrijven als de studie van hoe groepen zich vormen, hoe ze functioneren en hoe ze weer uiteenvallen.
Over groepsontwikkeling zijn heel wat theorieën.
Jan Remmerswaal heeft drie categorieën of modellen voor theorieën aangegeven.
-
Lineaire model. Theorieën met een focus op de verhouding tussen taakaspecten en sociaal-emotionele aspecten. De bijbehorende theorieën zijn bijna alle van Amerikaanse oorsprong en sluiten meestal aan op de veldbenadering van Lewin. Bekende auteurs zijn Bales, Schutz, Stemerding, [http://www.infed.org/thinkers/tuckman.htm Tuckman], Bennis en Shepard.
-
Spiraalmodel. Theorieën met een focus op de groepsprocessen en de samenhang met de individuele dynamiek binnen groepsleden. De theorieën zijn sterk geïnspireerd door de psychoanalyse. Bekende auteurs zijn Bion, Thelen, Whitaker en Lieberman.
-
Polariteitenmodel. Theorieën met een focus voor ontwikkelingen in de spanningen tussen zich steeds wisselende polariteiten. Bekende auteurs zijn Pagès, Cohn en enkele schrijvers binnen de Gestalt-benadering.
Het model van Remmerswaal (6 fasenmodel)
- Voorfase. De groep wordt ontworpen of geprogrammeerd, de grenzen en doelen worden aangegeven, waarbinnen de nieuwe groep straks haar bestaan gaat beginnen. De sociale omgeving van de groep staat centraal, het contextniveau.
- Oriëntatiefase. De groepsproblematiek betreft vooral de positiebepaling van de groep ten aanzien van haar taak en het verkrijgen van duidelijkheid van wat ieder aan de taak kan bijdragen. Dit betekent:
-
- hoofdaandacht voor de taak, doelstellingen en werkwijzen van de groep.
- positiebepaling ten aanzien van externe krachten.
- inhoudsniveau en procedureniveau staan centraal.
- Machtsfase. De groep vervangt de opgelegde leiderschapsstructuur door een passende eigen invloedsverdeling. De groep regelt haar eigen antwoorden op vragen rond macht en invloed.
- Affectiefase. In deze fase beantwoordt de groep vragen rond cohesie, vertrouwen en intimiteit.
- Autonome groep. In deze fase gaat het om het gezamenlijk vinden van een houding met betrekking tot zichzelf in de groep en om welke mate van openheid men daarbij aandurft. Dit betekent:
-
- hoofdaandacht voor de individuele groepsleden
- standpuntbepaling met betrekking tot het eigen zelf in de groep
- bestaansniveau staat centraal
- Afsluitingsfase. Wanneer groepen aan hun einde komen zijn er twee aspecten belangrijk:
-
- taakgericht: afsluiten
- sociaal-emotioneel aspect: afscheid nemen
