Financiering
Financiering is de wijze waarop een organisatie of een project het geld verwerft dat nodig is voor het uitvoeren van het werk.
Financiering is van wezenlijk belang voor de projectorganisatie, met name bij langlopende projecten of projecten van grote omvang.
Afhankelijk van de projectgrootte en het te lopen risico wordt voor projecten een projectfinanciering opgezet. In eenvoudige gevallen zal er gekozen worden voor een serie aanbetalingen vanaf het opdrachtmoment. Voor de zeer grote en zeer risicovolle projecten worden zeer ingenieuze projectfinancieringen in elkaar gezet.
Het financieringsprobleem is: hoe zorgen we ervoor, dat de organisatie tijdig voldoende geld heeft om de uitgaven voor het project te kunnen doen. Daarnaast speelt een rol wat de kosten zijn van het verkrijgen van geld. Hier zien we een raakpunt tussen kosten, opbrengsten, uitgaven en inkomsten. Als we uitgaven moeten doen en we hebben te weinig geld in kas, dan moeten daartegenover dus inkomsten staan. Die inkomsten verkrijgen we uit de financiering (zeg maar: het lenen van geld). Financiering kost weer geld en dat beïnvloedt de winstgevendheid van het project. Het is dus mogelijk (en het komt in de praktijk ook voor), dat een project dat technisch goed rendabel is, door de hoge financieringskosten leidt tot rampen (de kanaaltunnel is daarvan een voorbeeld, vergelijkbare problemen doen zich vaak voor bij jonge, sterk groeiende bedrijven).
Welke problemen zien we bij de financiering van een project?
- wie financiert of financieren het project
- welke financieringsmiddelen gebeurt dat
- wat is de prijs van dat vermogen
- wanneer willen we het geld hebben
- In enkele gevallen financiert de opdrachtgever vooraf, dat wil zeggen: voor elke volgende fase stelt hij het benodigde vermogen vooraf beschikbaar. Meestal echter wordt het project grotendeels of geheel per fase of periode achteraf betaald. In dat geval zal de opdrachtnemer (of groep van opdrachtnemers) de uitgaven voor korte tijd zelf moeten financieren.
Hier is sprake van leverancierskrediet (van opdrachtnemer aan opdrachtgever). Vaak tracht de opdrachtnemer deze financiering voor een deel door te schuiven naar zijn toeleveranciers. - De opdrachtnemer kan gebruik maken van diverse andere vormen van kort of middellang vreemd vermogen zoals bankkrediet, huurkoop, onderhandse lening en leasing
De opdrachtgever, op zijn beurt, beschikt ook over deze middelen en, in aanvulling daarop, ook over het middel van het langlopend vreemd vermogen (bijvoorbeeld de obligatielening) alsmede over de mogelijkheid om het eigen vermogen (d.m.v. aandelenemissie) te vergroten. Ten slotte kan de opdrachtgever zich in sommige gevallen richten tot instanties die subsidies verlenen of investeringspremies verstrekken. - Bij de prijs van het vermogfen spreken we van de vermogenskostenvoet van een project. Niet elk geld is even duur. Bij een zorgvuldig samengestelde mix van financieringsmiddelen betalen we niet meer dan strikt noodzakelijk is. We mogen de invloed van de kosten van geld niet verwaarlozen. De vermogenskosten¬voet ligt vrijwel altijd boven de 5% en kan voor de meer risicovolle projecten oplopen tot 20% van het benodigde vermogen. En het in de tijd benodigde vermogen is voor een project nimmer exact te voorspellen: we gebruiken dus meer vermogen dan minimaal noodzakelijk is.
- We kunnen een onderscheid maken tussen integrale en partiële financiering. Bij integrale financiering zoekt men een optimale financiering voor de organisatie als geheel (een bedrijf of een gemeente). Bij partiële financiering legt men een directe relatie tussen de te financieren activiteit (het project) en de financieringswijze daarvan. Voor elke investering wordt een optimale financieringswijze gezocht. In het algemeen worden alleen uitzonderlijke investeringen partieel gefinancierd. Het betreft dan investeringen die omvangrijk en uniek zijn en/of die met derden worden gepleegd.
Integrale financiering heeft tot gevolg dat het zicht op de werkelijke vermogenskosten voor een deel verloren gaat. Immers, degene die het geld verschaft weet niet waarvoor het gebruikt zal worden (alle geld zit in één pot). Vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor meer riskante investeringen dient echter een hogere prijs te hebben dan vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor minder riskante investeringen. In dat geval verkrijgt het betrokken bedrijf haar vreemde vermogen tegen een te lage prijs. Dat lijkt gunstig. Maar een bedrijf dat dit bij herhaling doet valt uiteindelijk door de mand (het wordt insolvabel) en kan plotseling worden geconfronteerd met een buitengewoon hoge stijging van de vermogenskosten.
Daarnaast variëren zij de kosten ook met de tijdsduur van het project. In sommige gevallen of periodes zijn de kosten van kort krediet hoger dan die van lang krediet. Maar in andere gevallen of periodes geldt het omgekeerde.
In het algemeen wil men dat de periode waarover men over het vermogen kan beschikken volledig is af gestemd op de lengte van de periode waarin de investering is terugverdiend. Deze financieringsvoorwaarde staat bekend als de gouden financieringsregel. Deze regel pleit voor partiële financiering.
