Communicatieniveaus

Definitie: 

Communicatieniveau's zeggen iets over het onderwerp van communicatie of de diepgang ervan.

Communicatie kan over verschillende dingen of aspecten, op een verschillend niveau gevoerd worden. Verschillende indelingen in niveaus zijn mogelijk.

Indeling Remmerswaal

Jan Remmerswaal onderscheidt in zijn Handboek groepsdynamica

  1. Inhoud, heeft betrekking op de informatie, de inhoud, het bericht
  2. Betrekking, geeft aan hoe de inhoud moet worden opgevat door degene voor wie deze bestemd is en indirect hoe de zender zichzelf ziet in de relatie tot de ander.

Op het betrekkingsniveau zijn twee hoofdtypen te onderscheiden:

  1. Complementaire betrekkingen. Partners nemen een verschillende positie in, waarbij de één superieur en de ander ondergeschikt is.
  2. Symmetrische betrekkingen. Partners nemen gelijkwaardige posities in en gedragen zich als gelijken.

Problemen en conflicten tussen mensen liggen vaak niet op inhoudsniveau, maar op betrekkingsniveau. De enige manier om zo'n probleem op te lossen is een gesprek over de communicatie. Betrekkingsproblemen kunnen namelijk nooit op inhoudsniveau worden opgelost. Het communiceren over de communicatie wordt ook wel meta-communicatie genoemd.

Indeling Schouten & Nelissen rond effectieve gespreksvoering

  1. De inhoud, de taak. Het gaat hierbij om wat gezegd wordt, om de kwaliteit van de ideeën en meningen.
  2. De procedure. Het gaat hierbij om het verloop van het gesprek, de regels (fasering) die men in acht neemt.
  3. De sfeer, het proces. Het gaat hierbij om hoe iets gezegd wordt; toon, tempo, lichaamshouding, mimiek.

Indeling Commis

Commis onderscheidt de volgende communicatieniveaus in het kader van (taal)ontwikkeling:

  1. Sensatie. Alle zintuigelijke prikkels zijn belangrijk, maar aan de prikkels als zodanig wordt geen betekenis, naam of functie gekoppeld.
  2. Presentatie. De situatie geeft de persoon informatie over wat de bedoeling is. Hij neemt nog wel letterlijk waar en kan zich niet iets verbeelden wat er niet is. Voorwerpen hebben nog geen verwijzende functie. Herkenning kan ondersteund worden met symbolen.
  3. Representatie. Op dit niveau wordt de verwijzende functie begrepen. Mensen kunnen zich op dit niveau dingen verbeelden. Verscheidene informatie kan worden samengevoegd tot een betekenisvol geheel. Ook de taal wordt nu begrepen.
  4. Metarepresentatie. Op dit niveau kan men spelen met taal en betekenis. De tweede betekenis wordt toegekend. Taalgrapjes en spreekwoorden kunnen begrepen worden.

Publicaties